Oorsprong

Oudste oorsprong

De oorsprong van Hedel gaat terug tot in het grijze verleden. Op enkele plaatsen zijn sporen gevonden van menselijke aanwezigheid uit de verre ijzertijd. Vast staat dat er rond 200 jaar na Christus op de oeverwallen van de oude Maasbeddingen Romeinse woonsteden hebben gelegen. Scherfvondsten op de Woerd, de Hogenhof en vooral de Achterdijk vormen daarvoor een duidelijke aanwijzing. Tussen 300 en 700 na Christus, in de Merovingische tijd, is er slechts sprake van een schaarse bewoning als gevolg van de hogere waterstanden in het grillige stroomgebied van de Maas. Dijken waren er toen nog niet. Rond 815, op het einde van het bewind van Karel de Grote, begint de geschreven geschiedenis van Hedel. In een document van de abdij van Lorsch wordt melding gemaakt van “villa Hedilla” of “Hatalle”. Mogelijk betekent deze laatste Germaanse benaming “strijdwal”. Hoe deze naam ontstaan is vermelden de kronieken niet, maar de geschiedenis leert wel, dat hij als plaatsnaam erg toepasselijk is gebleken. Door zijn strategische ligging aan belangrijke land- en waterwegen, op de grens van de latere machtige gewesten van Brabant, Gelre en Holland, is Hedel door de eeuwen door vele malen het toneel geweest van lange belegeringen, oorlogsgeweld en verwoesting.

Hoge Heerlijkheid en kasteeldorp

Rond het jaar 1200 is uit de oude “villa Hedilla” de Heerlijkheid Hedel ontstaan. In die tijd werden ook de bandijken om de Maas en de Waal voltooid. De kern van het dorp verplaatste zich van de oude woongronden op de oeverwallen naar de hoger gelegen overslaggronden tegen de Maasdijk. Het nu nog bestaande stratenplan van de Blankensteyn, de Voorstraat, de Kerkstraat, de Gasthuisstraat, en de Uithovenseweg en Korenstraat kreeg toen zijn definitieve vorm. Hedel was in die tijd in het bezit van het Brabant-Luxemburgse geslacht van Cranendoncks en had al een aanzienlijke parochiekerk. Het waren de Cranendoncks die rond 1325 begonnen met de bouw van een grote stenen woontoren, waaruit zich de machtige middeleeuwse burcht heeft ontwikkeld, die eeuwenlang het wel en wee van de Heerlijkheid en haar bewoners heeft bepaald. Op het toppunt van zijn bloei was, volgens de oude kronieken, het kasteel befaamd om zijn vele torens en parken. In 1379 wordt Otto van der Lecke-Polanen heer van Hedel, dat toen een eigen, vrij bezit was geworden, niet meer leenplichtig aan de Hertog van Gelre. Hedel verkrijgt daarna vele rechten en vrijheden en ontwikkelde zich zo met Ammerzoden, Nederhemert en Poederooyen tot één van de vier belangrijke Hoge Heerlijkheden aan de zuid-westrand van de BommeIerwaard met eigen hoge rechtspraak, rivier- en landtollen, accijnsrechten en het door vele begeerde muntrecht. Rond 1440 werden de eerste Hedelse munten geslagen. Lange tijd is de Heerlijkheid onder Brabantse invloed gebleven, wat niet kon verhinderen, dat zij de Bossche handelsbelangen vaak hinderde door het heffen van tolgelden op de Maas. Met de hertog van Gelre raakten de heren van Hedel in ernstig conflict door hun weigering om aan Arnhem belastingen te betalen en in rechtszaken elk hoger beroep op gerechtshoven buiten de Heerlijkheid afwezen. Otto van der Lecke bracht het bekende wapen met de drie halve manen of “wassenaars” aan de Heerlijkheid Hedel. Belangrijke Heren van Hedel uit het Berghse Huis waren Ludolf waarvan de afstammelingen nog in Frankrijk leven, Graaf Willem IV, zwager van Prins Willem van Oranje, graaf Frederik en de Markiezin Maria Elisabeth van Hohenzollern-Hechingen. Drie telgen uit het Berghse Huis liggen te Hedel in een grafkelder in de huidige N.H.Kerk begraven. Oorlogen en belegeringen. Vele malen werd het sterke, met, vestingwerken omgeven, kasteel van Hedel belegerd. Tijdens de eeuwenlange brabants-gelderse twisten en vooral in de 80-jarige oorlog werd om het bezit van de strategisch gelegen burcht herhaaldelijk een felle strijd gevoerd. In 1587 werd tegenover het slot het fort Crèvecoeur gebouwd, waardoor de kans op oorlogsgeweld nog werd vergroot. Mede door toedoen van de Staatse bezetting kreeg de munt rond 1580 een slechte faam. In 1585 werd het bedrijf door de Staten van Holland geconfisceerd en gesloten. In 1590 veroverde Prins Maurits het slot voorgoed voor de Staatse zaak en gebruikte het als kwartier voor zijn legers. De voorburcht en de munt werden in 1591 op last van de Staten afgebroken en de vestingwerken gesloopt om het gevaarlijke kasteel onschadelijk te maken.

Herstel, opbloei en ondergang

Na 1629 braken er rustiger tijden aan. Vele van de monumentale boerderijen die Hedel rijk was zijn in die jaren gebouwd. Omstreeks 1640 werd op de fundamenten van de oude middeleeuwse parochiekerk de fraaie N.H.Kerk opgetrokken. Markiezin Maria Elisabeth bouwde in 1653 de Neerhuizing en vergrootte de hoofdburcht, die zij als hof inrichtte en vaak met haar gezin bewoonde.In 1699 worden worden kasteel en Heerlijkheid door de Gelderse Staten genaast en komen tot de inval van de fransen in 1794 onder het bestuur van de Gelderse Domeinen. Dan wordt Hedel opnieuw door de franse troepen beschoten en belegerd. Tien jaar later worden de ruines van het kasteel afgebroken; alleen de Neerhuizing bleef behouden. Bij de aftocht van de fransen in 1814 wordt het dorp geplunderd en vele inwoners mishandeld. In 1832 kreeg Hedel het aloude wassenaarsschild van de voormalige Heerlijkheid. Twee jaar later wordt het dorp door een grote brand geteisterd. In 1861 braken voor de laatste maal de dijken in de Bommelerwaard door. Het was winter en de Waard wordt één bevroren binnenzee. Reeds vele malen was dit eerder gebeurd; in 1658 toen de Dronkaardswiel ontstond en in 1757, waardoor de Grote of Nieuwe Wiel werd gevormd. In 1867 begon de bouw van de spoorbrug. Na de voltooiing daarvan werd de Maasbocht boven Crèvecoeur afgesneden en ontstonden de 'Oude' en de 'Nieuwe Maas'. De katholieke parochie kreeg in 1879 haar nieuwe neogotische kerk. de middeleeuwse standaardmolen op de Molendijk, een van de oudste van ons land, werd in 1933 afgebroken. In 1937 werd de bekende schipbrug door een moderne verkeersbrug vervangen. Het was kort voor het begin van de tweede wereldoorlog. Hedel was toen nog een gaaf voorbeeld van een agrarische woonkern met de middeleeuwse vorm van een rond es-dorp. Heel die rijkdom aan historische gebouwen werd weggevaagd in de dramatische oorlogsjaren van 1944 en 1945. De inval van de Irenebrigade in april 1945 bracht de genadeslag. De naar Friesland en elders geëvacueerde inwoners zagen bij hun terugkeer alleen maar puinhopen terug.

Herbouwen nieuwe bloei

Jarenlang zijn de oorlogswonden zichtbaar gebleven; de meeste bomen waren verdwenen. Bewaard was alleen het oude stratenplan. Na een periode van moeizame aanzet tot wederopbouw is sinds enkele jaren op ambitieuze wijze gewerkt aan de verfraaiing van het zwaar getroffen Hedel. Het heeft zich ontwikkeld tot een aantrekkelijke woongemeente met overvloedige groenvoorziening in de oude kern en de riante nieuwe wijken. Praktisch alle agrarische bedrijven zijn verplaatst naar het omringende buitengebied. Door de Stichting Hedel’s Historie, opgericht door Wim van Engelen, en het gemeentebestuur is er alles aan gedaan om de laatste kostbare resten van de rijke geschiedenis van de oude Heerlijkheid te restaureren en voor het nageslacht te behouden. De 17e eeuwse N.H. Kerk was gelukkig al kort na de oorlog door Monumentenzorg gerestaureerd. In 1982 werden de muurresten van het kasteel geconsolideerd, nadat reeds eerder het voormalige kasteelpark was ingericht als Kleindieren-Wandelpark. Het historische hart van Hedel was weer in ere hersteld. De vele historische vondsten, waaronder de kostbare muntstempels, zijn ondergebracht in het “Historisch Museum Hedel” gevestigd in het in 1983 gerestaureerde oude gemeentehuis.

Auteur: drs. J.M. van Engelen 1984

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

teller website